Harare International festival of the Arts...!



De opening van het Hifa-festival is bloedstollend, emotioneel, enorm grappig en raak. Kunst waar kunst voor bedoel is!

Ik was bang voor de levens van de kunstenaars.
De legermensen buiten de poorten vers in mijn geheugen. Mensen hielden hun adem in. Kinderen zongen 'over the rainbow en why can't I'.
Op het podium een karikatuur president die zong: ' I never can say good-bye'. En heel vals 'what a wonderfull world'.
Berichten van onteigende boeren, van gemartelde mensen op een beeldscherm..
Het vuurwerk boven de stad als een grote roep om vrijheid!!!

Gepost op 2008-05-01 00:00:00 door

Zeven dagen Zim...


Ik zeg gedag aan de mijners en diamantenhandelaren in Manica, Mozambique.
(Er word flink veel het land ingesmokkeld, en hier zie ik Israeliers en Libanezen om een tafel zitten, vrienden-collega's;)

Ik kom bij de grens met mijn eerste woordjes Shona in de hand. 'Makadini', vraag ik aan de vrouw die mijn paspoort controleert, en ik verwacht als antwoord: 'Tilibo'. (dat klinkt als Tilibwino uit Malawi;)
Maar ze zegt: 'Tinofara'. En ik val uit mijn rol, 'sorry wat betekend dat?'
'I'm happy!' (grote glimlach)

Dat is hoe ik Zimbabwe binnenkom, met een grote glimlach.
Het word wel een beetje laat door al 't kletsen. Maar voor ik me zorgen maken kan over mijn slaapadres van de avond, stopt er een auto achter me. Een oude man stapt uit, met een wandelstok. Een Nederlander die hier al bijna zijn hele leven woont. Hij nodigt me uit in zijn huis. En zo komt het dat ik logeren ga bij de meer dan 80jarige Klaas des Tombes, in de Bvomba bergen. In de avond zit ik in een klassieke woonkamer. Op de grond naast me ligt een tijgervel,(uit zijn 'Indonesie-tijd'), voor me ligt een bolletje wol, de hond.. En in een leunstoel, met de benen omhoog, Klaas, oftewel Charles, de wandelstok in handbereik. We kijken beide naar een beeldscherm. Op tv stevige discussies, 'de wereld draait door'. Zeg dat wel.



Twee dagen lang laat Charles me de Bvomba mountains zien. Mijn eerste Zim-ervaring is adembenemend. De natuur en de bergen, de mensen. Eerst een introductie met alle schoonheid, zo lijkt het wel. Ik drink koffie bij ' Tony's', werelds beste koffiehuis, met de lekkerste taartjes. Tony is net verhuisd naar een nieuwe locatie, zodat hij dichtbij een restaurant gevestigd is. De zaken gaan slecht want weinig mensen komen momenteel maar naar Zim. Toch zijn we niet de enige gasten.
In Tony's cafe worden we op de koffie genodigd door een vroijk en energieke Zimbabwaan die geloofd dat Zimbabwe grote potentie heeft, en dat niets het land tegen hoeft te houden in zijn groei. 'We hoeven niet te wachten op politieke veranderingen, we kunnen nu beginnen met ons land op t bouwen.' Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, en zijn woordn maken nogal nieuwsgierig. Blij accepteer ik dus het lunch aanbod voor de volgende dag. Klaas moet ook mee. Hij twijfelt, maar accepteerd. Ik zie dat onze gastheer daarom erg blij is.

Een dag later zit ik in een afgelegen boerderij. Het begint donker te worden en buiten brand een kolenvuur met een pan erop. Een ouderwets tafereel. Ik zit met een man en vrouw en hun zoon om d tafel. We eten avocado en brood. Er is geen electriciteit. En binnen zes weken moeten ze de boerderij verlaten. Ze lijken niet eens geld te hebben voor een buskaartje naar de grens.

Ik rijd op m'n groene trekker door de velden, op weg naar Harare. Onderweg zwaai ik naar collega-tractorbestuurders.
Politie houd me niet aan, wat normaal gesproken in elk land gebeurt, al is het enkel uit nieuwsgierigheid. Nu word er alleen vriendelijk gezwaaid. Een legerwagen passeert me, een man duikt bijna helemaal uit het raam. Hij houd zijn duim op en blijft maar schudden met zijn arm. 'Way to go, that's strong, good. Good.'

Ik kampeer op een vervallen campsite. De bar genereert nu de inkomsten. Het ziet er shabby uit op de auto's voor de deur na. Mooie nieuwe wagens met jonge mannen en vrouwen.

De volgende dag ben ik letterlijk en figuurlijk halverwege. 'Halfway' is een restaurant/groentenwinkel/antiekshop/slager/hotel in een heel mooi wit gebouw. Overal waar ik kom, of stop, praat ik met mensen. Kletsen, praten, lachen. Hier val ik van de ene conversatie in de volgende. Ik krijg groene appels voor de reis, en een hele mooie supergeweldige kamer voor de nacht aangeboden.
Zim heeft toeristen nodig. Het is zo'n mooi land. De mensen zijn zo vriendelijk!

Harare een wereldstad.
Vanochtend reed ik het centrum in, op de trekker natuurlijk. Ik parkeerde recht voor 'the Herald' krant. Anderhalf uur later neem ik afscheid. Mensen hangen uit d ramen, minstens vijftig man op de stoep. En ik maar kletsen. 'Are you married?' vraagt een man. 'No, I'm commited to the tractor', grap ik. Hij loopt weg, zo van 'die is gek'. Even later staat hij toch weer vooraan. Hij wil meer weten.

Dat is het voor nu.
Veel zal ik niet kunnen schrijven. Ik verwacht niet veel internet.
Iedereen die ik spreek is het over een ding eens. Men wenst dat het beter word. Dat er iets veranderd. Dat het land opgebouwd kan worden. Er is zo veel hoop. Hoop op een kans.

Gepost op 2008-04-23 00:00:00 door

Zimbabwe


Ik ben miljoenair!!!!!!!
Wie had dat gedacht?

Jongens ik ga Zimbabwe in! De wind in m'n rug, de steun van vele
mensen in mijn rug. Iedereen blijft zeggen dat ik gaan moet. En ik heb
het besloten, ik neem hun advies aan!
Het land is mooi, de mensen bijzonder en vriendelijk, ik mag het niet overslaan.
En ik keek er al lang naar uit, naar dit bezoek. Het gaat toch gebeuren! Joepie!
Ik ga via het beste koffiehuis ter wereld richting Harare, de
hoofdstad, en de nationale krant 'the Herald'.

Je hoort van me!

Gepost op 2008-04-15 00:00:00 door

Mozambique...


Het eerste stuk door Mozambique is vrijwel onbewoond. Links en rechts van de weg zijn de struiken zo overwoekerd dat je er niet doorkomen kan, zelfs niet lopend.
(Op de foto hierboven een van de weinige zijpaden.)
En er is hier ook niemand die van de weg af wil, er liggen overal nog landmijnen! Ik rijd door de Tete-corridor. Hier in Mozambique is 30jaar lang oorlog geweest (tot in de jaren ’90!). Het is in vele opzichten een nog onontdekt land. In Blantyre ontmoette ik een bioloog die hier maandelijks nieuwe vlindersoorten ontdekt. En terwijl ik rondrijd denk ik: ‘wat goed dat de ratten hier zijn!’
(Hihi, zij werken hier aan de ontmijning (www.herorat.org; rattentraining in Zuid Tanzania;). Ik kijk uit naar de trekker die meehelpt met het ontmijnen. Hij gaat als eerste de bush te lijf, zwaar gepantserd. Zachtjes zeg ik dank, dank, dank, dat dit soort initiatieven bestaan.)

De eerste nacht kampeer ik dichtbij de hoofdweg, op een truckstop plaats, naast een grintten parkeerstrook. Ik durf niet verder van de weg af. Gelukkig staat de trekker toch net uit zicht van de weg achter een boom. Als ik met Biba op de arm in het schemerdonker van de trekker wil stappen slaat mijn hart over, hij klopt me in de keel. Voor mij op de grond ligt iets dat verdacht veel op een pufadder lijkt! Ik draai me om, klim terug op de trekker, zet de hond in de mand op het spatbord, doe de trekkerlichten aan, en rijd een paar meter naar achter. Het opgerolde bundeltje op de grond beweegt niet. Ik kijk nog eens, en nog eens. Het is een mega-keutel! Duidelijk van iemand die lang niet naar de wc is geweest!



In het uiterste noorden van Mozambique leven mensen dicht op elkaar in kleine dorpen, die uit de bush gehouwen lijken. In hutten enkel van leem, hout en gras. Ik moet denken aan de vluchtelingenkampen in Noord-Oeganda, die zien er precies zo uit.


Langzaam word de wereld ‘bewoonder’, zie ik af en toe steen, ijzer, of verf.

De stad Tete is een eiland in deze woeste natuur wereld. De Zambezi-rivier die door de stad loopt, is een fenomeen in de woestenij, ze lijkt mij de grootste rivier die ik ooit zag. Biba en ik kijken onze ogen uit als we (naar het schijnt eeuwig) per brug de rivier oversteken.

Ik heb maar 3euro aan Mozambikaans geld bij me, en daar wil ik me mee redden tot aan de volgende grote plaats 443 kilometer verderop. Ik tank niet want ik wil uitrekenen hoever ik nou precies op een tank kan rijden (de reserve-jerrycans zitten vol;). Als ik straks Zimbabwe met haar dieseltekorten inrijd mag ik mijn ‘reisbereik’ niet overschatten, dat zou problemen betekenen.
Bij een tankstation langs de weg stop ik dus enkel om ‘te neuzen’. Mozambique is een voormalig Portugese kolonie en dit tankstation heeft allerlei bijzondere dingen, hoorde ik. Ik zie gerookte ham in de diepvries, inktvis, Europese delicatessen. Ik houd het bij ‘neuzen’. Ik bestel wel een kopje koffie en drink het staande. Even waan ik me in Europa, in een tankstation langs de snelweg. Lekker gevoel is dat. Alsof ik even vlakbij huis ben!

Dan stap ik weer op de trekker, geef de hond een aai, en rijd de weg weer op, de woeste natuur weer in.
Het contrast is groot als de wereld. Ik voel het bijna als een steek, mijn ‘rijkdom’, omdat ik uit het westen kom (…). Maar de mensen op straat wil ik nog niet omruilen voor de Europese, ze zijn hier zo echt, zo hartelijk, zo open, zo aards...

Mijn trekker kan op een tank van 90 liter, 700 kilometer afleggen. Ik ben trots op het ouwe beestje als ik Chimoio binnenrijd, een week later.
Chimoio is een stad met oude koloniale, Portugese architectuur. Het is waar, je kan Mozambique met geen ander land vergelijken.
In de ‘Pink Papaya guesthouse’ hoor ik over de ‘roots’ van Biba. Ik weet al dat men deze echt Afrikaanse honden (ze zien er overal ongeveer hetzelfde uit) in Engeland een ras-naam gegeven hebben. Biba is een ‘African hunting dog’. En zoals de naam al zegt worden ze door lokale mensen voor de jacht gebruikt. (al liggen de meeste als ware straathonden verspreid door de dorpen of steden). Maar nu hoor ik dat deze honden afstammen van de honden van de Egyptenaren uit de tijd van de Farao’s. Ik kijk Biba aan, kijk naar haar oren die tijdens het rijden ‘door de wind’ van flaporen in rechtopstaande mega-oren veranderd zijn, en ik denk: …Ja!


Mijn Biba een ‘African Hunting dog’! ..met Faraonische voorouders.. Cool!
Hm. Of zou ze toch van de Jakhals afstammen? Ze ziet er wel uit als een ‘kleine jakhals’. Maar ze veroverd overal harten. ‘She’s so cute!’ ‘Look at her ears!’ ‘I wish my legs were slim like her’s!'


En nog één toetje. Vlak voor Chimoio ligt deze berg. Mijn fantasie is sinds de olifantenberg met me aan de haal gegaan vermoed ik. Totdat ik hoor dat de lokale mensen de berg ook ‘liggende man’ noemen. Ook ‘n beetje Faraonisch in uiterlijk, vind je niet?

Gepost op 2008-04-14 00:00:00 door

The Hunger Project


Hoe dichter ik bij het centrum van Malawi kom, des te meer ik marktjes
en drukte vind. Wildkamperen lukt me nog altijd, vredig!
(Foto: ) Achter de vrouw met de schaal vol bonen, een restaurantje
waar ik op een middag eet. Het is een vrolijke drukte en vrouwen en
kinderen willen allemaal mijn eerste woordjes Chechewa horen. Ze
vinden het prachtig. Bij binnenkomst in Malawi heb ik goedendag en
dankjewel leren zeggen in de meest gangbare taal, chechewa.
'Muri bwangi?' (Hallo, hoe gaat het?)
'Tili bwino, kaino?' (Goed, en met jou?)
'Tili bwino!' (Goed!)
'Zikomo.' (dankjewel.)
'Zikomo kwambiri.' (heel erg bedankt.)

Het is een mondvol om uit te spreken maar binnen een paar dagen word
het een gewoonte.
Ik vergelijk de woorden in Malawi met het Portugees (dat ik niet echt
spreek, maar men in buurland Mozambique wel) en het Kiswahili van
Kenia en Tanzania. Dat lukt aardig.
Zo zeg je in Swahili tegen een oudere dame of heer: 'Chikamo.' Dit is
een woord uit het Arabisch dat door de slavenhandelaren is
binnengebracht. Het betekend zoiets als: 'Ik kus de grond waar u op
loopt.' En het antwoord is: 'Maraba.' En dat betekend zoiets als:
'Vooruit dan, en snel een beetje.' De letterlijke betekenis is naar de
achtergrond gezakt, en steeds als ik tegen een oudere vrouw of nette
man in Swahili zo goedendag zei, was het antwoord een grote glimlach,
met een langgerekt ma-ra-baaa als antwoord.
Chikamo (Swahili) en Zikomo (Chechewa) hebben volgens mij dezelfde
oorsprong. 'Ik kus de grond waar u op loopt', dat kan je gebruiken als
groet maar ook als dankjewel, is mijn redenering. Interessant die
verschillende talen proberen te ontleden.


In Lilongwe sla ik mijn tent op bij 'Mabuyo-camp', een super mooi
plekje bij de stad. De twee Engelse eigenaren zijn op bezoek in
Engeland (hihi, ze gaan trouwen hoor ik;). Twee reizigers uit
Nederland passen zolang op de camp-site, Floris en Marieke. Ze reizen
in een grote vrachtwagen rond met hun twee honden Bo en Ducko. Het op
een plek blijven en een kampeerplek managen is voor hun een nieuwe
ervaring. Het geeft ze tijd om eens langer op een plek te blijven en
wat geld te verdienen. Al snel word duidelijk dat het Engelse stel
zich geen betere 'oppassers' had kunnen wensen. Het is gezellig op het
kamp, en alles loopt vredig en op rolletjes, Floris en Marieke werken
dag en nacht, met een glimlach.
Ik heb veel dingen te regelen in Lilongwe. De oplader van mijn laptop
is stuk, de hond moet gevaccineerd, en er moet veel gemaild met de
thuisbasis in NL (…).

Met Floris en Marieke (en Biba) ga ik naar de dierenarts. Zij maken
zich zorgen om hun hond Bo, die zich stil en teruggetrokken gedraagt.
De dierenarts kan geen bloedtest doen, zegt ze, en dus is het gis-werk
om uit te vinden wat hem mankeert. Ze geeft hem een injectie tegen de
teken-koorts. Mijn gemoed is er niet gerust op, ik weet niet waarom.
's Avonds komt Bo soms bij me staan om geaaid te worden, dan gaat 'ie
liggen in een hoekje.
Een paar dagen later gebeurt er iets waardoor zowel mijn als Floris en
Marieke's planning omgegooid word. Marieke krijgt telefoon uit
Nederland, haar grootmoeder, een mooie Indonesische vrouw op leeftijd,
is overleden. Hun reisverzekering vergoed voor beiden een ticket terug
voor de begrafenis. Maar, een dag later doet de dierenarts (via een
huisarts) een bloedtest en komt erachter dat hun hond Bo de
slaapziekte heeft!
Floris wil in Malawi blijven om op de hond te passen. Ik bied aan op
hun hond te passen, dan kunnen ze samen naar Nederland en een paar
dagen familie zien, ze reizen al langer dan een jaar door Afrika. (ik
heb nog genoeg verzorg-drang in me van Kosovo). En zo gebeurt het dat
ik een paar dagen langer in Lilongwe blijf. En het zijn waardevolle
dagen.


Biba heeft vriendschap gesloten met een van de honden van het Engelse
stel: Dash. (Hij werd als pup door hen ge-adopteerd, een uitgemergelde
pup die op het dash-board van een lokale drankenhandel vrachtwagen
meereed.) De twee honden gedragen zich als Kung Fu meesters als ze
spelen, iedereen op de kampeerplek vermaakt zich over het stel. En 's
Avonds slapen ze uitgeput zij aan zij, en nemen de bank in beslag.
Ik zorg voor Bo en Ducko in de vrachtwagen, en maak me zorgen om de
uitgeputte grote zwarte hond. De dag na vertrek van Floris en Marieke
krijgt Bo zijn slaapziekte medicijn, en in de paar dagen dat zij in
Nederland zijn moet ik hen verslag uitbrengen over zijn toestand. En
wat ben ik blij dat ik elke dag beter nieuws te geven heb! Zo
opgelucht te zien dat de hond opknapt, steeds helderder uit de ogen
kijkt. Ducko wil 's avonds de wagen niet in om te slapen, hij is een
beetje jaloers op alle aandacht voor Bo. Dus loop ik 's avonds met hem
aan de lijn (maakt hem zo trots als maar wat) rondjes over de
camp-site voor het slapen gaan.

Na een aantal dagen ga ik weer op pad, als Floris, Marieke en ook de
Engelse beheerders van de kampeerplek zijn weer terug zijn, en Bo weer
de hele camp-site afstruint. Ik heb bijzondere mensen leren kennen en
veel boeiende gesprekken gehad. Nu ga ik op pad naar Blantyre en 'The
Hunger Project'.


Borden langs de kant van de weg. (ik zeg niets).
Ja toch. Het tweede bord sprak me in eerste instantie heel erg aan.
Het ziet er lokaal uit en het zegt hardop: 'AIDS is echt, het is geen
hekserij. Gebruik altijd een condoom en LEEF.'
Maar in tweede instantie vraag ik me af waarom dit bord in het Engels
geschreven is. Ja, Engels word hier op school gegeven als 2e taal.
Maar toch spreken de meeste mensen hier vooral (of alleen) de lokale
taal. Zo'n bord in het Engels plaatsen suggereert dat de tekst een
westerse mening is, niet een (ja ook, lokaal) feit.


Ik word aangesproken dat de meeste beelden die mensen in het westen
zien van Afrika over plaggenhutjes en wildernis gaan. Dit is een
onvolledig beeld, en erg scheef. En daar ben ik het mee eens. Goed,
hier dus een erg 'alledaagse' foto. Boodschappen doen in een dorp,
langs de kant van de hoofdweg. (al kent in geval van Malawi, het
noorden nauwelijks dit soort plekken, nauwelijks motorvoertuigen of
iets dat op verstedelijking of 'de moderne tijd' lijkt. Maar dat is
iets dat ik als langzame reiziger zie en voel. In een auto als toerist
(met geld) ben je zo 400km verder bij een stad.)

In Blantyre ga ik op zoek naar het hoofdkantoor van 'The Hunger
Project'. Ik maak kennis met Rowland Kaotcha, diens landendirecteur.
Hij heeft mijn boek voor zich liggen (foto's;) en binnen geen tijd
praten we over de doelstellingen van 'zijn' organisatie en de mijne.
We liggen erg op een lijn. The Hunger Project gaat over 'empowerment',
mensen hun eigen visie laten ontwikkelen (dromen ontwikkelen), en over
'doen'! Ze komen enkel op uitnodiging van een dorp of gemeenschap. Ze
begeleiden mensen (met lokale deskundigen) om zelf een einde aan hun
honger te maken. Ze verlenen microkredieten, leren mensen lezen en
schrijven, en nog zo nog veel meer. Maar de basis is het belangrijkste
(en daarom vond ik het zo spannend om te komen: dit uitgangspunt zie
ik als de werkbare vorm van hulp, dus ik wil het zo graag zien, dat
het echt kan, bestaat!).

Het basis principe van The Hunger Project is mensen zelf iets op laten
bouwen, geen stap over te slaan in dit zelfstandigheidproces. Het
begint met een mentaliteitsverandering. Veel mensen denken: zo ben ik
geboren en opgevoed. (met armoede, diens problemen) en zo zal het
altijd zijn. Ik ken geen andere voorbeelden, in deze omgeving. Hier is
men rijk of arm, en die twee staan, en leven, ver uit elkaar.
Wie arm is, stelt zich al snel afhankelijk op, vraagt.
En er zijn zoveel hulporganisaties in Malawi, het 'groene paradijs,
het warme hart van Afrika', die voedsel uitdelen, pompen slaan, etc.
Maar dat brengt geen echte verandering, het creëert vaak
afhankelijkheid en erger. Een slechte oogst, we moeten eten hebben!
Als een waterpomp stuk is in een dorp, vraagt men bij een (andere)
organisatie een nieuwe aan. Dat is een lang proces, maar repareren
kost een lokale gemeenschap veel geld, nee dan liever een 'gratis'
nieuwe aanvragen… al kost dat een hulporganisatie vele duizenden
dollars. Zo blijft armoede een probleem en zullen hulporganisaties
altijd nodig zijn.

Rowland Kaotcha en zijn collega's proberen mensen te overtuigen dat
het anders kan. (en ze hebben inmiddels genoeg praktijk voorbeelden om
zo'n proces te doen starten. Al is het begin vaak lastig. Zo verteld
hij me dat hij laatst nog op gesprek was bij een (nieuwe) gemeenschap.
Hun situatie was in kaart gebracht, de mensen gemotiveerd hun situatie
te veranderen. (er heerste op dat moment een voedseltekort in het
gebied). Men sprak af tot actie over te gaan, en zette een datum voor
de vervolgbijeenkomst en een actie-plan. Toen hij echter naar het dorp
terugkwam, was er niemand op de afspraak. Een dag na zijn vorige
bezoek was er een andere hulporganisatie ter plaatse gekomen. Zij
hadden ook geïnformeerd naar de omstandigheden van de dorpelingen en
brachten vervolgens zakken 'hulpvoedsel'. The Hunger Project was niet
meer nodig, vertelde men hem. Er was nu voedsel.
Rowland Kaotcha rekende uit hoe lang de voedseldonatie de bevolking
voort zou helpen, en hij kwam terug na een aantal weken toen de
schaarste weer net zo erg was als voorheen. Hij zei: 'willen jullie
voor altijd op deze manier afhankelijk zijn, of zijn jullie bereid
voor eens en voor altijd iets aan jullie situatie te veranderen?' Men
begon iets te begrijpen. In armoede leef je bij de dag. Maar soms word
je gedwongen te pogen om verder te kijken.


Foto 1: Vlakbij Zomba, in het dorpje Jali, een van de projecten van
The Hunger Project.
Foto 2: lokale vrouwen halen vrouwencondooms bij het episch centrum.

Een project start met de wens van een gemeenschap.
Daarna bouwt men samen een 'episch centrum', een gemeenschapscentrum.
Hier worden mensen getraind, leren lezen en schrijven. Nieuwe
landbouwtechnieken kunnen op de gemeenschapsgrond worden uitgeprobeerd
en bij succes op de eigen boerderij overgenomen . In het gebouw komt
een gemeenschapsbank voor de microfinanciering of (later) spaargeld.
Het gebouw krijgt een kleine bibliotheek, kinderopvang, een ruimte
voor gemeenschapsbijeenkomsten die verhuurt kan worden op andere
dagen. (de dag dat ik er ben is hij verhuurt aan een vrouwengroep van
de lokale kerk).
En er is een voedselbank. Mensen kunnen 'fertilisers/kunstmest' bij
het project kopen en betalen met de eerste zakken oogst. Die oogst
komt in de voedselbank terecht en gaat terug naar de gemeenschap zodra
er tekorten zijn. Ik zie voorraden voor elke maand van het komend half
jaar liggen, een nieuwe oogst is op komst, het regenseizoen bijna
voorbij.
Zo helpt de organisatie met een stukje lokaal vooruit plannen dat men
hier vaak zo lastig vind.


Waterpomp, vrouw van de varkens...

De waterpomp die THP plaatste (pardon, de lokale bevolking leverde,
net als voor het episch centrum, alle basis grondstoffen als stenen en
aarde.) kwam met reserve-onderdelen, en verschillende mensen in het
dorp leerden hoe hem zelf te kunnen repareren.

In de verschillende dorpen worden vrouwen opgeleid tot vroedvrouw.
Zodat vrouwen vlak voor de bevalling niet meer 20km moeten lopen naar
de volgende medische post. Dit voorkomt veel sterfgevallen onder
kinderen en moeders!

En dan het verhaal van de vrouw op de rechter foto (hierboven)!
Ik werd naar een lokale vrouw gebracht. Ik wist dat ze een mooi
verhaal zou hebben (anders gingen we niet toch?). Maar wat ik niet
verwacht had was het spontane in schoukschouderend huilen uitbarsten
dat ik deed toen ze me haar verhaal verteld had. Na zoveel verhalen en
overpeinzingen in de trant van : 'het moet toch makkelijk anders
kunnen', maar nooit echt een uitzondering zien, was dit een te grote
verassing. Ze keek me zo verbaasd aan. 'Waarom huil je?' (zo van, het
is toch niet erg, dus waarom?) Ik zei: 'wauw, het is zo mooi, je laat
zien dat het kán! Dat je alleen maar hoeft te doen. 'Ja', zei ze
terwijl ze een arm om me heen sloeg, 'je hoeft het alleen maar te
doén!'

Ze pakte een schrift waarin ze haar verhaal geschreven had, wilde
zeker zijn dat ze niets vergat. Vertelde vervolgens nauwgezet over
haar omstandigheden voordat het project kwam. Hoe ze dankzij THP
ineens de kans kreeg om te leren lezen en schrijven (en ik voelde de
trots in haar stem; niet alleen haar kinderen, ook zij als moeder een
kans krijgen, geïnspireerd worden; en natuurlijk zal zij de waarde
ervan doorgeven aan haar kids, natuurlijk gevolg, ze snapt het
verschil nog vele malen beter dan een kind, ze weet van haar situatie
en leven ervoor!)

Ze las voor hoe ze via THP en microfinanciering 2x probeerde een
project op te zetten. Hoe het beide keren niet lukte. Hoe ze besloot
het toch nog één keer te proberen.
Ze kreeg drie varkens en de opdracht daar 8 maanden voor te zorgen.
(als je er over nadenkt, een lastige taak. Zoveel eten geven en bij de
dag leven creëert al snel de gedachte de varkens beter te kunnen eten.
Maar dat deed ze niet.) Ze verzorgde de varkens en vertelde dat het na
acht maanden geen 3 maar 28 varkens waren geworden. Nu, slechts drie
jaar later, heeft ze net 80 varkens verkocht. (er is hier heel weinig
aanbod in goed vlees, helemaal varkensvlees, en haar varkens zijn
groot, volgens Europese norm)
Haar hutje is vervangen door een stenen huis. Ze heeft televisie en
satelietdisc.
En (!!!!) ze zorgt voor 60 weeskinderen uit de omgeving. Dát was het
moment dat ik begon te huilen. Ze zorgt niet alleen voor zichzelf maar
ook voor de gemeenschap om haar heen. Ik zie dat ze inspirerend is
voor haar omgeving, zachtaardig, aards, goedlachs. Vrouwenkracht en
inzet! En, iets waar ik ook heel blij mee was (omdat je zo vaak anders
ziet bij sterke vrouwen) ze had een man. Hij was trots op haar. Het
was een mooi mens. (ze had geen dronkenlap getrouwd, macho-machoman..)
En ze heeft geld op haar spaarbankboekje.
Toen ik wegreed (ik hoef hier niets met mijn verhaal!) zag ik haar
kijken, met een grote glimlach, en iets nadenkends.
Het zal me niet verbazen als ze over een jaar of twee een trekker rijdt.
(hihi;)


' That's a way to do it!'

Een traditie uit Duitsland die ik niet kende.
Ontstaan in de middeleeuwen, in de tijd van de gilden (timmer-gilde,
bouwvakkers-gilde).
Als je 'meester' wilde worden in het gilde moest je je vertrouwde plek
verlaten en verplicht drie jaar rondreizen om in andere landen, op
andere plekken ervaring en kennis op te doen. Dan pas kon je worden
toegelaten tot de meestergilde.

Ik kom twee jonge reizigers tegen, in klederdracht (dat schijn je in
bijna heel Duitsland in de bouw aan te treffen; geen oranje overals
maar traditionele kleding, erg mooi van rib of canvas). De een is
metselaar (grijs pak), de andere timmerman (zwart pak). Drie jaar
geleden begonnen ze aan hun wereld-reis met enkel de kleren die ze
droegen en een startbudget van slechts 5euro! Nu vind ik ze in het
zuiden van Malawi. Ze hebben haast de hele wereld gezien. Ze vertellen
dat in Duitsland niet alle vakmannen dit doen maar dat er op dit
moment zo'n 10.000 collega's op dezelfde manier rondreizen (hun
professionele diensten aanbieden en zo geld verdienen om verder te
reizen).
Wauw, dat wist ik niet. Ik vind het erg bijzonder. Ook omdat het
gewoon heel erg normale bouwvakkers jongens zijn die zomaar hoep, de
wereld ingestuurd worden.
Ze hebben overal permanent werk aangeboden gekregen maar de een kijkt
(naast dat hij helemaal blij is met de ervaring) ook erg uit naar zijn
terugkomst naar Duitsland, overmorgen. Het zet je wel aan het denken
over wat je nou precies wil. Ik weet nu dat ik in de buurt van de kust
wil werken.



Bijna ga ik op pad naar Zimbabwe (via Mozambique, waar ik de
uitkomsten van de verkiezingen zal afwachten.)

Terug in Blantyre krijg ik van Michel, een vrachtwagenchauffeur en
monteur, de aanbieding langs zijn werkplaas te rijden om de trekker na
te kijken. Hier krijg ik van hem en zijn Zimbabwaanse collega de
finale cursus in trekkeronderhoud!
Even voel ik me een oud omaatje, met een handtasje in haar hand: 'ik
dacht, ik maak een ommetje met de trekker. En af en toe een beetje
diesel is toch meer dan genoeg verzorging?'
Maar na afloop merk ik dat ik meer en meer echt de hele trekker
'begrijp' en ken.


Heel simpel nu eigenlijk. De filters worden vervangen. En ik zie wat
er mis is met de diesel die ik laatst tankte. (de motor viel nadien om
de haverklap uit, voor het eerst op de reis, eng). Er zat geen
kerosine bij de diesel, zoals ik vermoedde, maar frituurvet uit een
niet schoongemaakte jerrycan! Dikke klonten vet verstoppen het filter.
Op aanraden word mijn filtersysteem grondig veranderd, het word er
simpeler op. De diesel loopt nu vanuit de tank door drie filters
voordat het de motor ingaat. (ipv de mogelijkheid van een filter naar
de volgende te switchen) De eerste 2 filters (die het snelst verstopt
raken) hebben nu de (water e.a.) aftapkranen. Ik heb reserve filters
bij me. De V-belt word ook vervangen, het is tijd. De oude mag mee als
reserve. Alles word opnieuw in het vet gezet. En, mijn linkervoorwiel
die al een tijdje speling heeft word eindelijk schoongemaakt en
opnieuw en beter vastgezet. Ik ben klaar voor een paar maanden
mogelijk afzien in Zimbabwe...


Welcome to Africa!


Morgen trekker ik de grens over.
Mozambique in.
Richting de Tete-corridor..
en de bush-bush.

Gepost op 2008-04-01 00:00:00 door Manon


Meer...
home archief gastenboek winkel zuidpool vrienden pers sponsors nieuwsbrief winkel stuur mail